De kennisdelers van het AddLab
Twee mannen formeerden in Eindhoven een dreamteam van bedrijven, denkers en doeners. Resultaat: een industriële 3D-metaalprinter.
Herfst 2012. Daan Kersten en Jonas Wintermans rijden naar huis na een paar inspirerende maar ook vermoeiende dagen in Frankfurt, waar ze ’s werelds grootste technologiebeurs voor 3D-printen hebben bezocht.
De eerste honderd kilometer zitten ze zwijgend naast elkaar. Dan verbreekt Daan, die achter het stuur zit, plots de stilte. ‘Denk jij wat ik denk?’
Jonas kijkt direct op: ‘We kunnen deze kans niet laten schieten, Daan.’
De twee mannen hebben een plan waar ze al een tijdje mee rondlopen: een industriële 3D-metaalprinter bouwen. Maar ze aarzelden nog om het uit te voeren. Is het moment nu aangebroken? De week erop organiseert TNO een minicongres in Eindhoven: een mooi moment om hun ambitie wereldkundig te maken.
Jonas pakt de telefoon en belt een van de ingeplande sprekers. Hij vraagt hem of zij vijf minuten van zijn tijd mogen gebruiken voor een aankondiging.
Hun opwinding over de jongensdroom die werkelijkheid gaat worden, verdringt de vermoeidheid tijdens de rest van de rit naar huis.
De twee mannen hebben elkaar eerder dat jaar leren kennen. Jonas Wintermans (39) heeft net het bankiersvak in Londen achter zich gelaten en wil namens zijn familie, die eigenaar is van sigarenmaker Agio, investeren in de veelbelovende hightech-industrie in Eindhoven.
Daan Kersten (47), ingenieur uit Delft en ook een telg uit een sigarengeslacht, werkt in de regio als consultant. Hij heeft als medeoprichter van Brainport Industries een goed overzicht van de hightech-toeleveranciers rond Eindhoven.
En dat staat voor een grote uitdaging. In 2011 werkt Brainport Industries, dat de belangen van de hightech-toeleveranciers in Eindhoven en Nederland behartigt, aan een rapport over nieuwe productietechnologieën. In de voorbereidende gesprekken geeft ASML aan behoefte te hebben aan 3D-geprinte onderdelen. Bij ASML staan maatwerk en flexibiliteit voorop. Als de bedrijven uit de regio dit niet kunnen leveren, zo geeft de chipmachinefabrikant aan, dan zoeken ze toeleveranciers buiten Eindhoven.
Brainport Industries ziet hier een kans. Alleen: de bestaande 3D-metaalprinters zijn niet in staat in serie onderdelen te maken met een gegarandeerde kwaliteit. De vraag is: hoe kom je aan een printer die technisch wel hoogwaardige serieproductie kan maken?
In de loop van 2012 schrijven Kersten en Wintermans een businessplan, en bedenken ze een bedrijfsnaam en een logo. Zij willen de wereldmarkt veroveren van hightech metalen onderdelen voor vliegtuigbouwers, automobielfabrikanten en gespecialiseerde gereedschapsmakers. Dan horen ze op de technologiebeurs in Frankfurt van concurrenten dat buitenlandse partijen ook interesse hebben om een state of the art 3D-metaalprinter te bouwen. Hun laatste aarzelingen worden daarmee weggenomen.
Op het minicongres van TNO vertellen Kersten en Wintermans hun toehoorders dat Additive Industries, zoals hun bedrijf gaat heten, in drie jaar, dus eind 2015, een metaalprinter op de markt wil brengen die bij bedrijven op de fabrieksvloer metalen onderdelen in serieproductie maakt. Ze gaan dit doen met hulp van de kennis die in Eindhoven bestaat. Maar anders dan bij andere start-ups die een vinding willen omzetten in een product, ontbreekt bij Additive Industrie het technische concept van de machine. En de grote vraag is: wie brengt het plan technologisch tot leven?
Acht partners
Voorjaar 2013. Maanden zijn voorbij gegaan en er is nog steeds geen kandidaat die het project technische kan leiden. Dan wordt Kersten gebeld door Mark Vaes, bij TNO verantwoordelijk voor 3D-printing. Hij wil graag het team bij Additive Industries komen versterken.
Als de telefoon weer op de haak ligt, kijken Daan en Jonas elkaar blij verrast aan. Ze hadden stilletjes gehoopt op een expert van het kaliber van Vaes, maar ze dachten ook: wil iemand met zo’n goed betaalde baan het onzekere bestaan bij een startup aangaan?
Maar Vaes is gegrepen door hun idee. Hij was op het minicongres waar de plannen voor de 3D-printer werden geopenbaard. Voor Vaes was het toen niet meer de vraag óf hij zou overstappen, maar wanneer. Ook weet hij precies hoe hij het technologisch concept van de machine gaat uitwerken. Simpel: vraag je klanten wat er aan een nieuwe printer verbeterd moet worden, zodat zij hem gaan kopen.
Als Vaes in de zomer van 2013 start, raakt het proces in een versnelling. De familie van Jonas Wintermans acquireert in de zomer van 2013 aandelen in NTS, dat de bouw van de 3D-metaalprinter faciliteert. NTS is een bedrijf in Eindhoven dat complexe machines bouwt die uitgerust zijn met sensoren, elektronica en software: een bedrijfstak die wordt aangeduid als mechatronica.
Daarnaast heeft Kersten acht partners bereid gevonden mee te werken in het project AddLab. Daarin zullen ze samen ervaring opdoen met de 3D-metaalprinttechnologie, nieuwe toepassingen ontwikkelen en 3D-geprinte onderdelen testen. Hij moet de partners, waaronder NTS en Philips, overreden om met concurrenten kennis te delen. Alle acht hebben ze geen ervaring met 3D-printing, maar ze ontwikkelen complexe mechatronische subassemblages, zoals machines voor de vliegtuigbouw, gezondheidszorg, semiconductors en de voedingsindustrie. Precies de markten waar Additive Industries zich met hun 3D-printer op wil richten.
Voorjaar 2014. Als de partners bij AddLab samenkomen, is dat voor Kersten het moment voor de volgende stap: de leiding van het lab. Een commissie gaat op zoek naar iemand die de uitvoering van complexe samenwerkingsprojecten kan aansturen. De nummer vier in het team moet een sterke technische achtergrond combineren met praktische ervaring met nieuwe technologieën.
Die duizendpoot is Remco Pennings. Deze scheikundige heeft zich via de lokale zonnecelprinter OTB gericht op marketing. Als hij aansluit zijn drie experts van de partnerbedrijven al fulltime onderdelen in het AddLab aan het printen, meten en testen. Ze worden ondersteund door veertien ervaren ingenieurs. Elke twee weken komt het team bijeen.
Terwijl het AddLab wordt opgebouwd, praat Vaes met potentiële klanten. Al snel is hem duidelijk dat de eisen zich concentreren op drie aspecten: flexibiliteit, productiviteit en reproduceerbaarheid. De cruciale vraag is: ga je dit 10% verbeteren, of kies je voor tien keer beter? Het managementteam kiest voor het laatste: grote ambitie vraagt om anders denken en nieuwe wegen leiden tot onconventionele oplossingen. Het ontwikkelen van een eerste prototype, het ‘Apollo-project’, zoals Vaes het heeft gedoopt, kan beginnen.
Bonte verzameling
Zomer 2014. Op een maandagochtend druppelen de partners en medewerkers het kantoor van Additive Industries binnen, dat is gevestigd in een oude werkplaats van Philips in hartje Eindhoven. Vaes gaat in een presentatie inzicht bieden in de technische oplossingen die hem voor ogen staan. Zijn uitleg lijkt nog het meest op een bouwpakket van legoblokjes: door met diverse modules te werken zal de flexibiliteit en productiviteit aanzienlijk verhoogd worden.
Het zal niet de laatste keer zijn dat Vaes op de zeepkist staat. Hij legt de groeiende groep collega’s uit hoe de ambitie zal worden gerealiseerd. Het is een bonte verzameling mensen, afkomstig van ASML, Philips en de toeleveranciers. Ze hebben complexe machines gebouwd, beschikken over metallurgische kennis, zijn expert in robotica of weten juist alles van lasers en optiek.