De partij is van mij, zegt Trump
=========================
CPAC Tijdens eerste openbare optreden sinds einde presidentschap presenteert Trump zich als toekomst van Republikeinse Partij.
Bas Blokker
1 maart 2021
Leestijd 3 minuten
In zijn eerste publieke optreden na zijn presidentschap heeft Donald Trump de Republikeinse Partij voor zichzelf opgeëist. Tijdens de jaarlijkse conservatieve landdagen, CPAC, zondag in Orlando, Florida, zei Trump dat hij helemaal niet van plan is een eigen partij op te richten, zoals verschillende Amerikaanse media de afgelopen weken berichtten.
„We hebben de Republikeinse Partij toch?”
Die partij moet dan wel worden gezuiverd van mensen die niet „loyaal zijn aan de visie die ik heb uitgezet”, zoals Trump zijn ideale partij omschreef: voor een sterk leger, rechtshandhaving, voordelige handelsovereenkomsten en goede scholen – „het is zo eenvoudig.”
Hij beloofde tijdens de midterm-verkiezingen van 2022 campagne te voeren voor de tegenstanders van deze ‘Republikeinen in naam alleen’, ofwel RINO’s. „Weg met ze, allemaal.”
In de zaal van het Hyatt hotel in Orlando somde Trump een voor een de namen op van de Republikeinse politici die volgens hem meer energie hebben besteed aan het aanvallen van hem dan van hun Democratische rivalen.
Nadat hij zo onder meer de Republikeinse senatoren Mitt Romney, Pat Toomey, Lisa Murkowski en „kleine” Ben Sasse had genoemd, en een reeks Afgevaardigden, eindigend bij „oorlogshitser” Liz Cheney, zei hij dat ze maar een minuscule minderheid in de Republikeinse Partij vormen. „Politieke oplichters”, aldus Trump, die „de partij, de hardwerkende Amerikanen en het hele land zullen vernietigen”.
Hij onderstreepte zijn dreigement door te zeggen dat zijn steunverklaring aan kandidaten „het krachtigste politieke wapen” in het land zijn.
De mogelijkheid dat hij zichzelf in 2024 opnieuw opwerpt als presidentskandidaat liet Trump nadrukkelijk open. „Misschien besluit ik wel om de Democraten voor een derde keer te verslaan.”
Hij liet er geen misverstand over bestaan wat hij met dat ‘derde’ keer bedoelt. Trump zette uitvoerig uiteen dat hij en niet president Joe Biden de verkiezingen van 3 november heeft gewonnen.
Hij herhaalde alle argumenten die hij ook aanvoerde in de aanloop naar 6 januari, de dag dat een menigte van zijn aanhangers het Capitool bestormde in een poging de wettige uitslag van de verkiezingen ongedaan te maken. Aan die gebeurtenis maakte hij geen woorden vuil.
Stembusfraude
Trump bevond zich hierbij in een ruim gezelschap op de CPAC-conferentie. Spreker na spreker betoogde dat Trump de eigenlijke winnaar van de verkiezingen was en dat de stemwetgeving in het land drastisch moet worden veranderd om de door hen veronderstelde, maar nooit aangetoonde massale stembusfraude van 2020 te voorkomen.
Overigens wordt daar al druk aan gewerkt. Het Brennan Center for Justice, onderdeel van de New York University Law School, houdt bij hoeveel wetsvoorstellen zijn ingediend om het stemproces te veranderen. In het parlementaire jaar 2021 zijn in 43 van de 50 staten 253 wetsvoorstellen ingediend om op een of andere wijze de toegang tot de stembus te beperken.
Het grootste applaus kreeg volgens Amerikaanse media Josh Hawley, de 41-jarige senator voor Missouri, die zelfs na de bestorming op 6 januari in het parlement volhield dat de zege van Biden niet mocht worden bekrachtigd zolang er twijfels waren aan de uitslag.
In een interview met tv-zender CNN keek de voormalige CPAC-directeur, Mickey Edwards, naar conservatieve Republikeinen als Hawley en senator Ted Cruz („Trump gaat niet weg!”) en stelde vast dat zij worden beheerst door „naakte ambitie en angst”.
Verschillende vooraanstaande Republikeinen lieten zich niet zien, zoals de leider van de Republikeinen in de Senaat, Mitch McConnell. Voormalig vicepresident Mike Pence, over wie de meute van 6 januari scandeerde dat hij moest worden opgehangen omdat hij Trump niet had geholpen de overwinning van Biden ongedaan te maken, sloeg een uitnodiging van de organisatie af.
Minderjarige migranten
Het eerste deel van de ongeveer twee uur durende toespraak ging helemaal over migratie, het onderwerp dat Trumps succesvolle campagne van 2016 domineerde. Trump hoonde de maatregelen van Biden, die de bouw van een grensmuur tussen de VS en Mexico stilzette en de zogenoemde ‘moslim-ban’ ophief, de door Trump ingevoerde reisbeperking voor verschillende islamitische landen.
Uit een enquête van peiler Morning Consult en de krant Politico van begin februari blijkt dat dit het onderwerp is waarop de Amerikanen Biden het minst vertrouwen. Dat dit geldt voor maar 14 procent van de Republikeinen is niet zo verwonderlijk, maar dat niet meer dan 36 procent van de onafhankelijke kiezers Biden op dit gebied (een beetje) steunen, is een veeg teken voor de Democraten.
Daar komt bij dat Biden te maken heeft met een toeloop van migranten aan de zuidgrens. Door harde antimigratiepolitiek en door afspraken met Mexico over het weren van migranten uit Centraal Amerika, had Trump de druk van de zuidgrens gehaald. Vorige week onderschepte de Amerikaanse grenspolitie zo’n tweeduizend minderjarige kinderen die zonder volwassen begeleiders de VS probeerden binnen te komen.
Biden weert alle migranten met een beroep op de volksgezondheid tijdens de coronacrisis, maar hij heeft een uitzondering gemaakt voor minderjarigen, die zich nu met honderden per dag aan de grensposten melden. Volgens The New York Times zijn de opvangcentra overvol en heeft de regering Biden zelf besloten een centrum te heropenen dat de regering-Trump had gesloten na kritiek op de omstandigheden daar.
Trump hoefde zondag maar op die berichten te wijzen. „Wat Biden zegt, lokt mensen naar de VS.”