Voor veel beroepen is een wettelijk verplichte pensioenregeling ingesteld. Zoals bekend, zijn van de pensioenfondsen, die die pensioenregelingen uitvoeren, er een aantal in moeilijkheden, zodanig zelfs dat zij soms na het al jaren niet of nauwelijks indexeren van de uitkeringen mogelijk zelfs tot korting moeten overgaan.
Er is al een draadje over de invloed die de te hanteren rekenrente voor de waardering van de toekomstige verplichtingen van een pensioenfonds heeft op de dekkingsgraad.
Ook is er veel te doen over de te gebruiken tabellen voor levensverwachting van (toekomstige) gepensioneerden met de steeds terugkerende boodschap dat we allemaal zoveel ouder worden....
Zelf heb ik echter het vermoeden dat er veel meer aan de hand is.
Laatst heb ik met behulp van een spreadsheet voor mijzelf een berekening gemaakt, mede omdat ik gedurende meer dan twintig jaar een aanzienlijk bedrag aan pensioenpremies heb betaald aan een dergelijk in moeilijkheden verkerend pensioenfonds. De conclusie van die berekening was ronduit verbijsterend:
Wanneer ik de betaalde premies in plaats van aan het pensioenfonds af te dragen op een spaarrekening zou hebben mogen zetten met een vaste rente van 2,95% dan is uitkering van mijn ouderdomspensioen gegarandeerd tot het bereiken van de leeftijd van 85 jaar!
Ik kan mij niet voorstellen dat er ook maar iemand is die, op stel 25-jarige leeftijd, staat te trappelen om toe te treden als deelnemer tot zo'n pensioenfonds. De website van het betreffende pensioenfonds suggereert uiteraard het tegendeel: je mag toch maar even zielsgelukkig zijn om je premie daar te mogen afdragen!
Een nieuwe deelnemer aan een verplicht pensioenfonds krijgt steevast ongeveer het volgende bevoogdende verhaal te horen:
"Jonge mensen hebben niet de standvastigheid om een bepaald gedeelte van hun inkomen te reserveren voor pensioenopbouw. Het pensioenfonds doet dit voor U en door de deskundigheid van (de adviseurs van) het pensioenfonds wordt een bovengemiddeld rendement voor U behaald. Met sparen zou U dat nooit kunnen bereiken. Bovendien heeft U recht op pensioen bij arbeidongeschiktheid en hebben Uw nabestaanden (echtgenoot, partner, minderjarige kinderen) recht op pensioen en worden alle uitkeringen geindexeerd."
De nieuwe deelnemer heeft geen andere keuze dan het hem/haar aangeboden pakket te accepteren "met alle lusten en lasten". Waarschijnlijk denkt die nieuwe deelnemer er ook niet lang over na: de lusten (de pensioenuitkeringen) liggen naar verwachting nog ver in de toekomst en de lasten (de premies), dat geld moet je toch betalen.
Het pensioenfonds kan zich als monopolist een bevoogdende en arrogante opstelling veroorloven.
Zonder dat onze nieuwe deelnemer het in de gaten heeft kan het Grote Graaien rustig doorgaan onder het motto "Uw geld, ons een zorg".
Het begint al met de kosten van een kantoorpand: representatief en op de beste locatie natuurlijk in een van de grote steden.
De inrichting moet uiteraard in overeenstemming zijn met het belang van de functie van het fonds.
Het is altijd een probleem om een geschikte directeur voor zo'n fonds te vinden. Iemand die bereid is recepties te bezoeken en naar liefst buitenlandse congressen te gaan tegen betaling van een modaal salaris met een extra 1-tje ervoor. Gelukkig heeft meestal iemand van het bestuur wel een goede vriend die directeur wil worden. Een gewezen ritmeester van de cavalerie bijvoorbeeld met een representatieve naam, "Jhr Mr August Ridder van Flappard" of zoiets dergelijks.
Die directeur heeft een secretaresse van in alle opzichten hoog niveau nodig: je laat die directeur toch niet zelf copietjes maken.
Een secretaresse van hoog niveau neemt nooit rechtstreeks telefoon van buiten het kantoor aan of doet de buitendeur open, daar heb je telefonistes/receptionistes voor.
Vervolgens nog wat administratieve krachten om het papierwerk te doen en dan is er al een aardig bedrag aan premies in rook opgegaan.
Toch is dat nog maar het begin want over deskundigen hebben we het nog niet gehad, die heeft zo'n pensioenfonds immers niet in dienst, die worden ingehuurd tegen passend uurhonorarium. En jawel, daar komen ze aan zetten, een ware processie van roofmieren stort zich op de betaalde premies: de actuaris, de beleggingsadviseur, de medisch adviseur, de accountant, de juridisch adviseur, de automatiseringsadviseur en niet de vergeten de "bancaire relatie". Allemaal van gerenommeerde kantoren natuurlijk, beneden de 350 euro per uur kun je geen behoorlijk advies krijgen, niet waar?
Onze nieuwe deelnemer ondertussen heeft niets van dit alles in de gaten. Die deelnemer heeft het veel te druk met leven en werken.
Onze deelnemer gaat samenwonen en registreert de partner bij het pensioenfonds. Een collega lacht en zegt: "vertel je partner maar niet hoe hoog het partnerpensioen bij jouw overlijden is want dan ben je je leven niet meer zeker!".
Een paar jaar later heeft diezelfde collega geen zin meer in werken (burnt-out in vakjargon) en ontvangt een riant levenslang en premievrij arbeidongeschiktheidspensioen. De uitwerking van het beginsel van solidariteit heet dat.
Zulke gebeurtenissen trekken aan onze deelnemer voorbij. Hij realiseert zich niet hoeveel een uit de hand gelopen verplichte arbeidsongeschiktheidsvoorziening van zijn premiebetalingen opsnoept en dat die voorziening oneigenlijk kan worden gebruikt om uit de hand gelopen conflicten tussen werkgever en werknemer "op te lossen" of de gevolgen van slechte werkomstandigheden. af te wentelen van werkgever op pensioenfonds.
Totdat onze deelnemer de pensioengerechtigde leeftijd nadert en net zoals ik tot de ontdekking komt dat jarenlang premie is betaald :
1. om een uiterst kostbare organisatie in stand te houden;
2. om uitkeringen te doen onder de mom van "solidariteit";
3. voor voorzieningen, die onze deelnemer wellicht helemaal niet zou hebben gewenst wanneer hij zou hebben geweten hoe groot het gedeelte van de premie is dat voor die voorzieninigen wordt aangewend.
Onze deelnemer komt tot de conclusie: had ik gewoon maar individueel voor mijn pensioen kunnen sparen, in plaats van met een dure en ingewikkelde regeling de zakken van anderen te spekken.
Weg met dat pensioenfonds en terug naar af dus. . .
Nadenkend over de verklaring van het verbijsterende resultaat van mijn berekening kan ik dan ook maar tot een conclusie komen:
DE KOSTEN VAN VEEL PENSIOENREGELINGEN ZIJN TOTAAL UIT DE HAND GELOPEN TERWIJL DE OPBRENGSTEN VEEL TE OPTIMISTISCH WERDEN INGESCHAT, WAARBIJ HET GEZEUR OVER DE TE HANTEREN REKENRENTE EN OVER DE STEEDS LANGERE LEVENSVERWACHTING VOORAL DIENT OM DE FOUTIEVE INSCHATTING VAN DE OPBRENGSTEN TE MASKEREN.
XStarion
PS: voor alle duidelijkheid: het is beslist niet mijn bedoeling te suggereren dat pensioenen voor nabestaanden (echtgenoten, partners, kinderen) en voor het geval van arbeidsongeschiktheid moeten worden afgeschaft maar wel dat deze regelingen uiterst kritisch moeten worden bekeken om werkelijke solidariteit te scheiden van oneigenlijk gebruik en sinterklazerij